Laos
Met een beetje geluk gaat het me dit keer wel lukken.. de vorige keer was ik halverwege, toen alles mis ging... met de pc althans (en mijn humeur). Dus als je onderstaande tekst leest... graag een beetje compassie voor mijn inzet ; )
Vientiane, 2 dec. 2007
Hoe rustig, landelijk, overzichtelijk en vredig kan een hoofdstad zijn? Na alle torenhoge gebouwen was de laagbouw van Vientiane een verademing: heel veel groen en een heerlijk strandje bij de Mekong rivier... met aldaar de lekkerste fried noodles ooit...
Vientiane staat bordevol mooie tempels, wij zijn alleen zo ontzettend verwend, dat we alleen even om de hoek keken, om meer dan dat onze eerste indrukken op te doen van een nieuw land, een ander volk, ander weer en ander eten. En ander geld: we gingen een flinke hoeveelheid Chinese Yuan wisselen, waarna we ons erg rijk voelden met 3 miljoen Kip op zak.
Na enkele dagen acclimatiseren zijn we met de bus naar
Vang Vieng gegaan:
Een soort badplaats, maar dan niet aan de kust. Het verraste ons (niet al te aangenaam) hoe toeristisch het hier was. Maar desalniettemin hebben we er toch een leuke tijd gehad. Dat was ook niet zo moeilijk, als je bedenkt dat we heerlijk weer hadden en met de fiets naar het zgn Blue Lagoon konden om daar - jawel- te zwemmen in een zoals de naam al doet vermoeden helder blauw water, met niets dan natuurschoon om ons heen.
Ondertussen begon Laos ons steeds meer te bevallen: de mensen zijn zo vriendelijk dat zelfs Levi niemand meer met stokken heeft geslagen. En tot onze grote opluchting weer het vriendelijke mannetje werd dat hij altijd was. Wat wel apart is bij de Laotianen, dat ze bijna niet lachen, ookal zijn ze vriendelijk. Dat maakt dat ze moeilijk in te schatten zijn.
In Vang Vieng hebben we de lekkerste stokbroodjes met kip (niet verwarren met Kip) en salade gegeten...
Luang Prabang:
Nog meer richting het noorden, zo'n 5 uur met de bus ligt de tweede grote plaats van Laos en tevens de laatste grote plaats die wij daar bezocht hebben. Ook leuk, ligt ook aan een rivier, maar het ligt vooral erg centraal tussen allerlei dorpjes met minorities. (zie foto's) Van hier uit hebben we wat uitstapjes gemaakt en gezien en beleefd hoe de Hmong populatie hun oud en nieuw vierden. Het grappige was dat de nieuwsgierigheid volledig wederzijds was.
Al snel kregen we weer de reiskriebels: levende vleermuizen die als delicatesse op de kleurijke en geurige markt werden verkocht gaven ons niet genoeg het gevoel avontuurlijk te reizen.
Toch vertrokken we, zoals al vele malen eerder, met ietwat pijn in ons hart: voor 40 ct per bord was hier het lekkerste vegetarische straateetstalletje ooit. Bovendien was Levi eraan gewend geraakt om iedere dag aan de oever van de Nam Ou rivier te spelen. Gelukkig heeft hij dat eigenlijk de rest van de tijd in Laos iedere dag (!) kunnen doen.
Vanuit Luang Prabang zijn we nog wat noordelijker gegaan naar:
Nong Kiaw:
Eindelijk lekker remote: niets dan stof en zandwegen, elektriciteit tussen 18.00 -21.00 en weinig te beleven op het oog. Hier konden we heerlijk wandelen, bij de rivier uitwaaien en de lekkerste vers geperste sinaasappelsap van de hele reis drinken... Ach ons leven was/is zo slecht nog niet...
Na drie dagen zijn we per boot naar
Muang Ngoi gegaan:
Muang Ngoi staat in de Loney Planet beschreven als een paradijselijk stukje einde van de wereld: zelfs Levi vroeg op een gegeven moment 'waar de straten van de auto's gebleven waren'.
Behalve geen elektriciteit was er in dit dorp ook geen warm water en de muren van het huisje waren erg dun! We konden tussen de kieren door de buren zien (en zij ons) en iedere ochtend werden we wakker dankzij het oorstrelende gekraai van alle hanen die het dorpje rijk is.
Vanuit dit dorpje hebben we de meest afgelegen en authentieke dorpjes bezocht van deze reis. Paalwoningen, jongens met harpoenen, vrouwen met baby's op hun rug gebonden en mannen die in de rijstvelden hun buffels laten grazen. Het was hier echt prettig vertoeven!
Muang Kua:
Nog noord-oostelijker lag dit laatste plaatsje dat we in Laos hebben bezocht. Dit was het meest vreemde plaatsje wellicht. Het oogde, na een bootreis van zo'n 6 uur, paradijselijk met strandje en palmbomen. Maar zodra we uitstapten viel het op hoe smerig en groezelig alles was. Bij het restaurant lag een aangevroten rattekop onder onze tafel, om maar een kleine indicatie te geven.
Dit plaatsje is meer een doorvoerhaven: hier loopt de hoofdweg richting het noorden en het zuiden langs en via de rivier wordt er ook veel verhandeld. De mensen die hier komen lijken hier alleen uit pure noodzaak naar toe te gaan. Om het toch wat draaglijker te maken, hadden de uitbaters van ons hotel het volgende bedacht: in de douche van iedere kamer waren tegels ingemetseld met daarop een softpornografische afbeelding die recht boven de wasbak geplaatst was (!) De spiegel hing ergens in de kamer, wat ik als vrouw-zijnde erg onhandig vond...
Het plaatsje heeft iets ongrijpbaars in de atmossfeer. Het intrigeerde ons genoeg om er een paar dagen te overbruggen tot we de bus naar Vietnam konden nemen.
Die paar dagen hebben we de omgeving verkend en Levi na zijn middagslaapje aan het strand laten spelen. Door al dat waterplezier en het lekkere eten kirt hij dagelijks: " Is leuk he? Op vakantie!"
Vientiane, 2 dec. 2007
Hoe rustig, landelijk, overzichtelijk en vredig kan een hoofdstad zijn? Na alle torenhoge gebouwen was de laagbouw van Vientiane een verademing: heel veel groen en een heerlijk strandje bij de Mekong rivier... met aldaar de lekkerste fried noodles ooit...
Vientiane staat bordevol mooie tempels, wij zijn alleen zo ontzettend verwend, dat we alleen even om de hoek keken, om meer dan dat onze eerste indrukken op te doen van een nieuw land, een ander volk, ander weer en ander eten. En ander geld: we gingen een flinke hoeveelheid Chinese Yuan wisselen, waarna we ons erg rijk voelden met 3 miljoen Kip op zak.
Na enkele dagen acclimatiseren zijn we met de bus naar
Vang Vieng gegaan:
Een soort badplaats, maar dan niet aan de kust. Het verraste ons (niet al te aangenaam) hoe toeristisch het hier was. Maar desalniettemin hebben we er toch een leuke tijd gehad. Dat was ook niet zo moeilijk, als je bedenkt dat we heerlijk weer hadden en met de fiets naar het zgn Blue Lagoon konden om daar - jawel- te zwemmen in een zoals de naam al doet vermoeden helder blauw water, met niets dan natuurschoon om ons heen.
Ondertussen begon Laos ons steeds meer te bevallen: de mensen zijn zo vriendelijk dat zelfs Levi niemand meer met stokken heeft geslagen. En tot onze grote opluchting weer het vriendelijke mannetje werd dat hij altijd was. Wat wel apart is bij de Laotianen, dat ze bijna niet lachen, ookal zijn ze vriendelijk. Dat maakt dat ze moeilijk in te schatten zijn.
In Vang Vieng hebben we de lekkerste stokbroodjes met kip (niet verwarren met Kip) en salade gegeten...
Luang Prabang:
Nog meer richting het noorden, zo'n 5 uur met de bus ligt de tweede grote plaats van Laos en tevens de laatste grote plaats die wij daar bezocht hebben. Ook leuk, ligt ook aan een rivier, maar het ligt vooral erg centraal tussen allerlei dorpjes met minorities. (zie foto's) Van hier uit hebben we wat uitstapjes gemaakt en gezien en beleefd hoe de Hmong populatie hun oud en nieuw vierden. Het grappige was dat de nieuwsgierigheid volledig wederzijds was.
Al snel kregen we weer de reiskriebels: levende vleermuizen die als delicatesse op de kleurijke en geurige markt werden verkocht gaven ons niet genoeg het gevoel avontuurlijk te reizen.
Toch vertrokken we, zoals al vele malen eerder, met ietwat pijn in ons hart: voor 40 ct per bord was hier het lekkerste vegetarische straateetstalletje ooit. Bovendien was Levi eraan gewend geraakt om iedere dag aan de oever van de Nam Ou rivier te spelen. Gelukkig heeft hij dat eigenlijk de rest van de tijd in Laos iedere dag (!) kunnen doen.
Vanuit Luang Prabang zijn we nog wat noordelijker gegaan naar:
Nong Kiaw:
Eindelijk lekker remote: niets dan stof en zandwegen, elektriciteit tussen 18.00 -21.00 en weinig te beleven op het oog. Hier konden we heerlijk wandelen, bij de rivier uitwaaien en de lekkerste vers geperste sinaasappelsap van de hele reis drinken... Ach ons leven was/is zo slecht nog niet...
Na drie dagen zijn we per boot naar
Muang Ngoi gegaan:
Muang Ngoi staat in de Loney Planet beschreven als een paradijselijk stukje einde van de wereld: zelfs Levi vroeg op een gegeven moment 'waar de straten van de auto's gebleven waren'.
Behalve geen elektriciteit was er in dit dorp ook geen warm water en de muren van het huisje waren erg dun! We konden tussen de kieren door de buren zien (en zij ons) en iedere ochtend werden we wakker dankzij het oorstrelende gekraai van alle hanen die het dorpje rijk is.
Vanuit dit dorpje hebben we de meest afgelegen en authentieke dorpjes bezocht van deze reis. Paalwoningen, jongens met harpoenen, vrouwen met baby's op hun rug gebonden en mannen die in de rijstvelden hun buffels laten grazen. Het was hier echt prettig vertoeven!
Muang Kua:
Nog noord-oostelijker lag dit laatste plaatsje dat we in Laos hebben bezocht. Dit was het meest vreemde plaatsje wellicht. Het oogde, na een bootreis van zo'n 6 uur, paradijselijk met strandje en palmbomen. Maar zodra we uitstapten viel het op hoe smerig en groezelig alles was. Bij het restaurant lag een aangevroten rattekop onder onze tafel, om maar een kleine indicatie te geven.
Dit plaatsje is meer een doorvoerhaven: hier loopt de hoofdweg richting het noorden en het zuiden langs en via de rivier wordt er ook veel verhandeld. De mensen die hier komen lijken hier alleen uit pure noodzaak naar toe te gaan. Om het toch wat draaglijker te maken, hadden de uitbaters van ons hotel het volgende bedacht: in de douche van iedere kamer waren tegels ingemetseld met daarop een softpornografische afbeelding die recht boven de wasbak geplaatst was (!) De spiegel hing ergens in de kamer, wat ik als vrouw-zijnde erg onhandig vond...
Het plaatsje heeft iets ongrijpbaars in de atmossfeer. Het intrigeerde ons genoeg om er een paar dagen te overbruggen tot we de bus naar Vietnam konden nemen.
Die paar dagen hebben we de omgeving verkend en Levi na zijn middagslaapje aan het strand laten spelen. Door al dat waterplezier en het lekkere eten kirt hij dagelijks: " Is leuk he? Op vakantie!"
